Inleiding
Het thema emotieregulatie, agressie, gedragsproblematiek is weer actueel door enkele incidenten en berichten in de media. Het gaat dan om verstandelijk gehandicapten, psychiatrische patiënten met gedragsproblematiek (onder wie mensen met ASS) die worden gesepareerd, jongeren in residentiële centra, forensisch-psychiatrische patiënten. Het overheidsbeleid is toegespitst op 'evidence based' benaderingen. Een benadering moet bewezen effectief zijn.
Beleid is te zijner tijd alleen behandelvormen te financieren die bewezen effectief zijn. Werkwijzen en methodieken worden daarop getoetst. Deze toets geschiedt door de Erkenningscommissie, die voor bewezen effectiviteit criteria heeft opgesteld. Bij (vooralsnog) gebleken effectiviteit, krijgen interventies (behandelvormen) een (voorlopige) erkenning van de Erkenningscommissie Gedragsinterventies. Streven is hierbij aan te sluiten door toe te werken naar een door de/een Erkenningscommissie erkende interventie.
Wat willen we bereiken met het onderzoek?
Ontwikkelen van een protocol voor verschillende trainingen en behandelvormen voor mensen met ASS en problemen op het gebied van emotieregulatie. Voor wie is het onderzoek bedoeld? Het gaat hierbij om emoties die voor de persoon (met ASS) en diens omgeving tot problematisch gedrag leiden. Dit gedrag en de problemen met emotieregulatie houdt voor de persoon zelf een beperking van zijn/haar mogelijkheden in. De problemen die dit gedrag oproept bij mensen uit de omgeving en het sociale netwerk leiden eveneens tot beperkingen. De persoon wordt ergens niet meer geaccepteerd of er volgt separatie of afzondering.
De meest voorkomende emoties waarbij de regulatie tekort schiet zijn boosheid, woede, ongenoegen, ontevredenheid. Maar het kan ook teleurstelling zijn, angst en paniek. En zelfs vreugde en blijdschap als die tot hoge activatieniveaus leiden en via deze activatie tot verminderd welbevinden van de persoon zelf, zijn/haar omgaan ermee of problemen in de omgeving.
Bij consultaties inzake ernstige gedragsproblematiek (maanden tot jarenlange separatie als extreem voorbeeld, maar ook veelvuldige afzondering, isolatie, uitgesloten worden etc.) spelen altijd emotieregulatie in enigerlei vorm een rol. Maar ook het moeilijk kunnen hanteren van angsten, paniekgevoelens, teleurstelling kunnen iemand (met ASS) beperken in zijn/haar mogelijkheden of tot conflicten met de omgeving leiden.
Wat houdt het onderzoek in?
Er wordt gewerkt vanuit bestaande (consultatie)aanvragen. De werkwijze wordt zodanig beschreven dat er een 'proto-protocol' ontstaat. De voortgang wordt gevolgd via de N=1-methodiek. In samenwerking met de interne afdelingen worden kinderen, jeugdigen of volwassenen geselecteerd voor wie een dergelijke interventie als nuttig, wenselijk of noodzakelijk wordt gezien. Ook hier volgt een een 'proto-protocol' uit en ook hier wordt de voortgang gevolgd via de N=1-methodiek. Eventueel wordt ook samenwerking gezocht met collega-instellingen, eveneens via de N=1-methodiek. Resultaat is een protocol dat getoetst is. Daarna volgen overdracht, cursus, supervisie en managementhandleiding. Streven is voorlopige erkenning of, indien de N=1-methodologie al breed geaccepteerd wordt, definitieve erkenning door de Erkenningscommissie.
Wie zijn er betrokken bij het onderzoek?
In principe alle LKH-behandelafdelingen. In de praktijk de afdelingen die aanmeldingen doen van een cliënt met emotieregulatieproblemen.
Relatie met andere onderzoeken?
Er zijn andere doelgroepen waarbij ook emotieregulatieproblematiek een rol speelt: mensen met een verstandelijke beperking, kinderen en jongeren met gedragsproblematiek, forensisch-psychiatrische patiënten. Er zijn een aantal gemeenschappelijke programmacomponenten met programma's voor deze doelgroepen.
Dit op grond van inhoudelijke overwegingen, maar ook omdat de hoofdonderzoeker zelf programma's ontwikkelde voor die genoemde doelgroepen.
Verdere informatie?
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Arnold Bartels; a.bartels@leokannerhuis.nl en Frank van Broekhoven, f.vanbroekhoven@leokannerhuis.nl.
