Het doel van de coaching-fase

In de fase van coaching en nazorg is er een passende werkplek en staat de ontwikkeling van een duurzame werkrelatie tussen de werkgever en werknemer centraal. De jobcoach stemt de wijze van coaching (inhoud en vorm) af op de behoefte van de cliënt en diens werkomgeving.
Cliëntprofiel / begeleidingsbehoefte

Het streven is de cliënt zoveel mogelijk eigen regie en zelfstandigheid te laten bereiken. De jobcoach biedt begeleiding op maat. Het bewaken van de draagkracht van de cliënt is een belangrijk aspect in dit proces. De jobcoach houdt daarvoor ‘een vinger aan de pols’ bij de cliënt en leden van het persoonlijk en zakelijk netwerk en stelt de begeleidingsintensiteit zonodig bij.
Voor de cliënt is het doel van de coaching- en nazorgfase het behoud van zijn arbeidsplaats en/of de verdere ontwikkeling en onderhouden van arbeidsvaardigheden gericht op loopbaanbegeleiding.


Werkvormen

In hoeverre en op welke wijze nazorg wordt geboden hangt af van de individuele situatie van de cliënt en diens verblijfsituatie. Bij een cliënt die in een behandelcentrum of instelling is opgenomen en die na de behandel- of verblijfsduur verhuist naar een andere regio, wordt in een vroeg stadium toegewerkt naar een adequate overdracht. Een te plotselinge verandering van bijvoorbeeld de woonomgeving, de werkkring, de persoonlijke aanpak en bejegening brengt voor de cliënt de nodige onzekerheid met zich mee. Duidelijkheid over, kennis van en vertrouwdheid met de nieuwe situatie zorgen ervoor dat de cliënt zo min mogelijk vertraging oploopt in zijn verdere ontplooiing.

De jobcoach draagt zorg voor de trajectbewaking en zet de cliënt aan tot zelfredzaamheid. Een belangrijke taak is het signaleren van (on)mogelijkheden en bespreken ervan in coachingsbijeenkomsten, eventueel in het bijzijn van de werkbegeleider. De jobcoach oefent sociale vaardigheden en organiseert de arbeidstraining op de werkplek met de cliënt. Hij zorgt voor voortgangsverslaglegging op basis van de vaste gesprekspunten en bewaakt de draagkracht van de cliënt. Systematisch feedback vragen aan de werkgever draagt bij aan het completeren van een sterkte-zwakte analyse van de ontwikkelingsmogelijkheden en leerdoelen van de cliënt.

De jobcoach heeft kennis van wet- en regelgeving. Door overzicht en voorspelbaarheid na te streven wordt de cliënt een veilige omgeving aangeboden. Concretiseren van activiteiten gebeurt in de vorm van een voor de cliënt begrijpelijk en overzichtelijk stappenplan. In het stappenplan worden de rollen en verantwoordelijkheid van alle actoren duidelijk beschreven. Continuïteit (bij ziekte en vakantie) van ondersteuning wordt gegarandeerd door te werken met een co-jobcoach, waarmee de cliënt al in een eerder stadium kennis mee heeft gemaakt.

Wet REA Jobcoaching, art 31 (C.8B)

Informatie REA en WAJONG (C.8A)

Sterkte-zwakte analyse (C.8A)

Intakeformulier (C.8B)

(zie ook Toeleiding)


Houding van de jobcoach

De visie van de jobcoach is gebaseerd op emancipatorische (tot ontwikkeling komen) en integratieve (deelname aan de maatschappij) principes. Daarbij staat het welzijn van de cliënt voorop. Het handelen vanuit openheid, betrokkenheid en feedback geven is leidend in de contacten. De jobcoach handhaaft een professionele afstand naar de cliënt en is zich bewust van de positie die hij inneemt in diens netwerk. Indien noodzakelijk worden andere professionals ingeschakeld in geval van bijkomende psychische en/of gedragsproblematiek.

De jobcoach let voortdurend op de kwaliteit van de communicatie. Mensen met autisme kunnen over het algemeen niet of beperkt zelf reflecteren. Ze kunnen niet inzien wat het effect is van hun handelen en doen en laten (tekort in de ‘meta–cognitie’). Mensen met autisme zien het verband tussen verschillende situaties niet. De jobcoach houdt hier rekening mee in zijn feedback en aanspreken op.
Wanneer er misverstanden ontstaan over gemaakte afspraken of verwachtingen wordt dat vooral geduid als onvoldoende duidelijk aanbod voor de cliënt.

De jobcoach heeft inzicht in de motivatie van de cliënt en of het traject aansluit bij de wensen van de cliënt, door dit in coachinggesprekken regelmatig te checken. De jobcoach stemt de stijl van begeleiden af op de cliënt, het netwerk en de werkplek. Veiligheid, vertrouwdheid en duidelijkheid helpen de cliënt om oplossingsstrategieën te ontwikkelen.


Informatie structureren

De jobcoach geeft de cliënt informatie over het bedrijf. Het gaat dan om uitleg over het soort bedrijf of organisatie en de aard van het werk. Wat houden de werkzaamheden in, en hoe zijn de begin-, rust- en eindtijden? Daarbij komt informatie over de locatie, hoe de werkplek bereikbaar is en wie er binnen de organisatie het aanspreekpunt is. De jobcoach is de spil in het netwerk rondom de cliënt en draagt zorg voor een duidelijke taakomschrijving voor de passende werkplek.

De afspraken worden vastgelegd in een coaching-/trajectplan (zie ook toeleiding). Werkzaamheden van de cliënt krijgen visuele ondersteuning (taakanalyse, pictogrammen etc.) indien nodig. Er vinden regelmatig gestructureerde evaluaties plaats, met behulp van een evaluatieformulier of vaste agendapunten (voorspelbaarheid).

Ontwikkeling Stappenplan (coaching 9B)


Succesfactoren

De jobcoach hanteert een persoonlijke benadering en stelt zich flexibel en dynamisch op. De jobcoach blijft zelf alert en actief door deelname aan deskundigheidsbevordering, scholing en training. De jobcoach benut mogelijkheden tot reflecteren door middel van intervisie met naaste collega’s of vakgenoten.


Valkuilen

De jobcoach overschat de mogelijkheden van de cliënt (normalisatie). Normalisatie betekent in dit verband géén oog hebben voor het autisme en bijbehorende beperkingen van de cliënt. Dit levert geen goede match van mogelijkheden en werkperspectief op. Nadelig is een problematisch verlopende begeleiding als gevolg van de beperkte en/of moeizame communicatie met de cliënt. Vroegtijdig afbouwen van de begeleiding, omdat het op dat moment goed lijkt te gaan op het werk, is een risico. Problemen ontstaan vaak na langere tijd (een vaste collega gaat weg er vindt een verandering in taak plaats etc.).

Voor het persoonlijk netwerk is het doel van de coaching- en nazorgfase de acceptatie en ondersteuning van de keuzes van de cliënt. De leden van het persoonlijk netwerk hebben een signalerende rol ten aanzien van de draagkracht van de cliënt, en informeren de jobcoach over hun bevindingen.


Werkvormen

De jobcoach ontvangt regelmatig informatie van leden van het netwerk en geeft zelf informatie door over de stand van zaken. Het doel hiervan is afstemming tussen thuis en werk.

(zie ook Toeleiding)


Houding van de jobcoach

De jobcoach oefent invloed uit op de wijze waarop de leden van het persoonlijk netwerk betrokken zijn bij het traject. Stimulans en actieve ondersteuning van het persoonlijk netwerk is van belang. De jobcoach vervult een voorbeeldfunctie en is vast aanspreekpunt voor het persoonlijk netwerk.

De jobcoach leert het persoonlijk netwerk een zekere mate van distantie nemen. Ouders moeten bijvoorbeeld begrijpen dat ze niet altijd kunnen komen kijken op het werk. Het persoonlijk netwerk kan de cliënt ondersteunen door bijvoorbeeld te zorgen dat hij ’s ochtends op tijd opstaat. De jobcoach informeert het persoonlijk netwerk over de gang van zaken op de werkplek in overleg met de cliënt. Sommige cliënten houden hun werk en privé strikt gescheiden. De jobcoach is voor werk en hoort niet in zijn thuissituatie. De jobcoach stelt zich in het belang van de cliënt dienstbaar op voor vragen van het persoonlijk netwerk. Het netwerk weet hoe de jobcoach te bereiken is.


Informatie structureren

De jobcoach legt de leden van het persoonlijk netwerk de werkwijze gedurende het traject uit. De rol en de activiteiten van het netwerk worden vastgelegd in het coachingsplan. De jobcoach zorgt voor een eenduidige informatie over het werk van het persoonlijk netwerk naar de cliënt. Door bereikbaarheid en goede communicatie naar het netwerk wordt tegenstrijdige informatie voor de cliënt ondervangen. Van tegenstrijdige reacties raakt de cliënt in de war.


Succesfactoren

Een goede, op samenwerking gebaseerde, relatie tussen de jobcoach en het persoonlijk netwerk ondersteunt de voortgang bij de cliënt. Dat betekent dat de partijen elkaars rol kennen in het werkproces en die respecteren. Indien het persoonlijk netwerk in staat is om verwachtingen bij te stellen, is zij beter in staat om mogelijkheden te benutten ter ondersteuning van de cliënt.


Valkuilen

Het werkt nadelig als de jobcoach geen vertrouwen krijgt van het persoonlijk netwerk. Het netwerk heeft dan moeite met het loslaten van de cliënt en gaat zich bemoeien met het werk van de jobcoach. De werkgever wordt bestookt met vragen of het netwerk wil zich mengen in de loopbaanontwikkeling van de cliënt binnen een bedrijf. Veelal ontbreekt het zicht op de prestaties van de cliënt en de investering van de werkgever voor het bieden van een aangepaste werkplek. Het persoonlijk netwerk handelt vanuit een onderschatting of overschatting van de competenties van de cliënt.

Voor het zakelijk netwerk is het doel van de coaching- en nazorgfase het onderhouden van een duurzame werkrelatie met de ‘werknemer’. Tot het zakelijk netwerk wordt in deze fase gerekend de werkgevers, collega’s, maar ook personen die een voorwaarden scheppende relatie voor werken met de cliënt onderhouden zoals hulpverlening, arbeidsdeskundige UWV, reintegratiebedrijven, werkgevers en de jobcoach-organisatie.


Werkvormen

De jobcoach bespreekt met de werkgever de reële bijdrage en productiviteit van de cliënt binnen het bedrijf. Er wordt voorlichting gegeven over de beperkingen van de cliënt en hoe hiermee om te gaan aan directe collega’s en leidinggevende. Dit kan zowel door informatie te geven maar ook door het demonstreren van voorbeeldgedrag. De jobcoach biedt ondersteuning naar collega’s op de werkplek door het gedrag van de cliënt te vertalen. Hij leert de collega’s hoe zij instructies of opdrachten moeten geven aan de cliënt. De jobcoach kan informatie afkomstig van de werkgever interpreteren en vertalen naar ontwikkelingsmogelijkheden voor de cliënt. De fasering van de coaching is afhankelijk van de begeleidingsbehoefte van de cliënt (CCP) en afhankelijk van de vorm van het arbeidtraject en de beschikbare financiële middelen. (Richtlijn: persoonlijke ondersteuning vanuit de Wet REA omvat het eerste jaar 15% van het aantal werkuren per jaar, het tweede jaar 7,5% en het derde en daaropvolgende jaren 6%).


Houding van de jobcoach

De jobcoach stelt zich dienstbaar op en toont begrip voor de onbekendheid met autisme bij de collega’s van de cliënt. De jobcoach vervult de voorbeeldfunctie bij de omgang en communicatie met de cliënt.


Informatie structureren

De jobcoach geeft informatie over de eigen werkwijze. Voorbeelden van mogelijkheden van ondersteuning en begeleiding zijn het leren van het inwerken van de cliënt, aanleren van bepaalde vaardigheden en vraagbaak zijn voor collega’s.


Succesfactoren

Bevorderend is als het zakelijk netwerk een reële en positieve benadering heeft en eerlijk hierover is naar de jobcoach. Helpend is eveneens als collega’s zich bewust zijn van het leerproces van de cliënt en hem hiervoor de tijd gunnen. Een positieve werking gaat uit van duidelijke en voorspelbare begeleiding van de cliënt door collega’s en werkbegeleiders in het bedrijf. Begrip voor wat autisme betekent en openstaan voor tips en aanwijzingen van de jobcoach vergemakkelijkt het wennen aan het werk voor de cliënt.


Valkuilen

Collega’s die geen inzicht hebben of begrip tonen voor autisme, zien geen noodzaak voor begeleiding van de cliënt door een jobcoach. De medewerking stagneert daardoor. Nadelig werkt het zeker als het bedrijf geen ruimte of tijd biedt voor de begeleiding van de cliënt of het volgen van coachingsgesprekken.