Het doel van de toeleidingsfase

In de toeleiding wordt er getraind in arbeid-gerelateerde vaardigheden en competenties, en gezocht naar een passende werkervaringplek die aansluit bij deze competenties (matching). Het Cliënt Competentieprofiel (CCP) geeft een beeld van de arbeidsidentiteit van de cliënt en een indicatie voor een passende werkplek afgestemd op de mogelijkheden. Het Profiel Passende Werkplek (PPW) wordt ingevuld en er wordt een eerste aanzet gemaakt voor het jobcoachplan en de aanvraag van persoonlijke ondersteuning.
Cliëntprofiel / begeleidingsbehoefte

Uit de verkregen informatie van het assessment zijn de competenties voor arbeid voortgekomen. Het Cliënt Competentieprofiel (CCP) geeft een beeld van de arbeidsidentiteit van de cliënt en een indicatie voor een passende werkplek afgestemd op de mogelijkheden. Het CCP wordt steeds up-to-date gehouden met nieuw verworven informatie. De coaching richt zich op die punten waar het CCP niet overeenstemt met het benodigde arbeidsprofiel. De intensiteit van de begeleiding wordt bepaald door de begeleidingsbehoefte van de cliënt en de financiële mogelijkheden. Als dit niet op elkaar aansluit moet worden gezocht naar alternatieve financiële middelen.
Voor de cliënt is het doel van de toeleidingsfase dat hij zich bewust wordt van zijn competenties voor en zijn perspectieven op passende arbeid.


Werkvormen van de jobcoach

Op het moment van toeleiding baseert de jobcoach het handelen op de informatie van het CCP. Dat profiel biedt een beeld van de cliënt ten aanzien van zijn wensen en motieven, de manier van leren, de in de persoon gelegen factoren (die te maken hebben met autisme) en de kennis over het netwerk. Het profiel stuurt tevens de wijze aan waarop de begeleiding eruit moet zien. Het gaat dan om de benodigde sfeer op de werkplek, de voorwaarden die in de leersituatie aanwezig moeten zijn en de wijze van ondersteuning vanuit het netwerk, ouders en woonbegeleiders. Met deze informatie gaat de jobcoach zoeken naar een werkplek.

De jobcoach zorgt voortdurend voor de matching, dit is de afstemming tussen het CCP het Profiel Passende Werkplek (PPW) en is actief in jobfinding. Trainen in arbeidsvaardigheden gebeurt vooral op de werkplek. De jobcoach blijft alert op ontwikkelings- en leermogelijkheden van de cliënt omdat er gaandeweg steeds nieuwe invalshoeken ontdekt kunnen worden. Ook oude contacten van de cliënt kunnen van belang zijn. De jobcoach is creatief bij het aanleren van vaardigheden. Hij bewaakt en actualiseert het CCP en PPW op basis van nieuw verworven informatie. De jobcoach zoekt naar plekken passend bij de sfeer en de persoonlijkheid van de cliënt. Dat betekent voor de één een rustige, prikkelarme werkplek, voor de ander een plek met veel contact met anderen, zoals omgaan met klanten. Er zijn mensen met autisme die prima klantgericht kunnen werken, ze zijn beleefd en als ze weten wat er van hen verwacht wordt zijn ze uitermate hulpvaardig.

De toeleiding wordt gefaseerd. Factoren van invloed zijn onder meer de randvoorwaardelijke context van het arbeidstoeleidingstraject (richtlijn van het UWV is één jaar bemiddelen) en de beschikbare plekken op de arbeidsmarkt. Daarnaast speelt de sfeer en persoonlijkheid van de deelnemer een rol, evenals het beheersen van relevante arbeidsvaardigheden. De confrontatie van de cliënt met de werkelijkheid, zoals afscheid moeten nemen van niet haalbare arbeidswensen vraagt continue aandacht. De jobcoach betrekt de cliënt bij het vinden van een passende werkplek. Zij stellen samen leerdoelen op. De spiegelende methodiek wordt gehanteerd tijdens contacten. Voor het bevorderen van de zelfkennis wordt gestimuleerd dat de cliënt zelf zijn evaluatieformulieren invult. De jobcoach begeleidt bij en stemt af met de (beroeps)opleiding die de cliënt volgt (ROC). Hulpmiddelen in deze fase zijn folders, het eigen professionele netwerk, de vacaturebank, de Gouden Gids, internet en de vacatures in plaatselijke kranten.

Baan zoeken (T.8B)

Beroepenoriëntatie (T.8B)

AIP-plan (T.8B)

Eindrapportage basisvaardigheden (T.8B)


Houding van de jobcoach

De jobcoach motiveert de cliënt, creëert veiligheid en maakt situaties overzichtelijk en voorspelbaar (vast aanspreekpunt, regelmatig langskomen, bereikbaar zijn). Sturend en vasthoudend handelen is nodig bij angst voor onbekende situaties. De jobcoach is actief en neemt vaak initiatief in het contact naar de cliënt. De grenzen in het contact met de cliënt en netwerk worden bewaakt. De jobcoach streeft naar empowerment van de cliënt en laat hem in redelijkheid meebeslissen over de geschiktheid van de werkplek. Het maken van arbeidskeuzes door de cliënt wordt ondersteund op een neutrale en realistische wijze (bijvoorbeeld door gebruik te maken van een kosten-baten analyse). De jobcoach vervult de spilfunctie voor alle betrokkenen en bewaakt het proces.


Informatie structureren

De jobcoach brengt samen met de cliënt helder in kaart hoe, met wie, wat en waar de cliënt het beste leert. Hij regisseert het verloop en maakt hierbij gebruik van een traject of stappenplan. De jobcoach benut communicatiemiddelen zoals e-mail.


Succesfactoren

De jobcoach heeft zicht op commerciële belang van bedrijven bij het zoeken naar een functie voor de cliënt. Hij fungeert als een adequate gesprekspartner en werkt faciliterend naar bedrijven qua regelingen, papierwerk en voorbereiding. De jobcoach heeft een goede ‘timing’. De cliënt toont zelfinzicht en is bereid tot compromissen. Hij bereidt zich voor, reist zelfstandig, zorgt voor passende kleding en heeft een actieve houding.


Valkuilen

Als de wens van de cliënt niet binnen de mogelijkheden ligt is de bijbehorende verwachting niet reëel. Het komt voor dat de motivatie voor werk vooral van buiten (ouders, woonbegeleiders) komt en er geen sprake is van intrinsieke motivatie bij de cliënt. Gedachten van anderen zijn bepalend maar sluiten niet aan bij innerlijke wens van de cliënt. Relatief kleine hiaten in de aansluiting tussen het profiel van de cliënt en het profiel van de werkplek kunnen een groot probleem vormen en de integratie vertragen.

Als de jobcoach een te grote betrokkenheid heeft t.o.v. de cliënt kan hij objectiviteit verliezen en meegaan in niet-reële mogelijkheden. Dat leidt er toe dat de jobcoach te veel voor de cliënt gaat regelen. Het traject wordt het traject van de jobcoach en de cliënt voelt zich er weinig mee verbonden. Anderzijds kan het ook zijn dat de jobcoach zich te afwachtend opstelt en te veel verwacht van de regie van de cliënt. De cliënt weet vaak niet wat hij moet doen of hoe hij iets moet doen en wacht af tot hij een instructie krijgt.

Voor het persoonlijk netwerk is het doel van de toeleidingsfase de acceptatie van de realiteit, en bewust worden van mogelijke alternatieven en perspectieven.


Werkvormen

De jobcoach organiseert afstemmingsgesprekken met het persoonlijk netwerk. Er wordt voorlichting gegeven over de wijze waarop het persoonlijk netwerk zich aan de sfeer en de persoonlijkheid van de deelnemer kan aanpassen. De jobcoach stimuleert het netwerk door bij te dragen aan de bemiddeling. Dit kan door opties aan te dragen voor een relevante werkplek en samen met de cliënt vacatures te gaan zoeken.


Houding van de jobcoach

De jobcoach stimuleert het netwerk om mee te werken door het organiseren van afstemmingsgesprekken en het netwerk goed te informeren over het traject. Dit vraagt een dienstbare houding naar het netwerk, tijd en ruimte voor hun vragen en bereikbaar zijn. De jobcoach betrekt het netwerk bij het traject door de ideeën die zij aandragen wat betreft het soort werk of werkplekken die geschikt zijn voor de cliënt serieus te nemen. Hij weet zakelijk te blijven wanneer het netwerk kritiek uit op het functioneren of het naar zijn idee niet snel genoeg vinden van een passende plek. De jobcoach heeft oog voor het acceptatieproces van het netwerk en is alert op de draagkracht.


Informatie structureren

De jobcoach stemt met het persoonlijk netwerk af wat de begeleidingsbehoefte van de cliënt is, wie wat doet en wie waar verantwoordelijk voor is. De jobcoach moet hierover consensus met het persoonlijk netwerk bereiken. Afspraken worden vast gelegd in het traject- of stappenplan.


Succesfactoren

Stimulerend werkt een persoonlijk netwerk dat meelevend en voorwaardenscheppend is en een steunende, informerende houding heeft. De passende ‘fit’ tussen de jobcoach en het persoonlijk netwerk bevordert het tot stand komen van een gezamenlijk gedragen traject.


Valkuilen

Er ontstaat een ingewikkeld dilemma als het persoonlijk netwerk ‘druk’ uitoefent op de jobcoach of de cliënt. Meestal wil het netwerk het traject sneller of anders laten verlopen dan mogelijk is.

Voor het zakelijk netwerk is het doel van de toeleidingsfase dat zij (randvoorwaardelijk) vormgeeft aan de integratie. Onder het zakelijk netwerk wordt in deze fase verstaan werkgevers, collega’s, stagebegeleiders en jobfinders.


Werkvormen

De jobcoach organiseert voortgangs- of evaluatiegesprekken op de werkplek waar werknemers of werkmeesters aan deelnemen. Zij krijgen voorlichting over autisme van de jobcoach. De jobcoach traint de naaste collega van de cliënt zodanig dat hij de cliënt op de werkplek kan begeleiden. De fasering van de stage vindt bijvoorbeeld als volgt plaats: eerst wordt twee weken proefgedraaid (werkgever en werknemer kunnen aan elkaar wennen, de cliënt ervaart in een voor hem concrete situatie wat de plek inhoudt). Aansluitend worden definitieve afspraken over de duur en leerdoelen van de stage- of werkervaring gemaakt. Daarna wordt voor drie maanden afgesproken en in de evaluatie vervolgens bepaald hoe het dan verder gaat. De jobcoach stelt een stageovereenkomst op met duidelijke taakinhoud en expliciete verwachtingen. De cliënt en werkgever vullen regelmatig de evaluatieformulieren in. De cliënt krijgt zo zicht op zijn kwaliteiten en leerdoelen.

Stageovereenkomst (T.8D)

Voorlichtingsbrochure (T.8D)


Houding van de jobcoach

Werkmeesters of stagebegeleiders moeten heel duidelijk aangeven wat zij verwachten van de cliënt. De jobcoach vertaalt deze verwachtingen naar de cliënt. De draagkracht van collega’s van de ‘aspirant’ werknemer is een voortdurend punt van aandacht. De jobcoach biedt veiligheid en geeft vertrouwen aan collega’s van de cliënt door het hebben van een open, luisterende houding. Zij kunnen vragen over en soms onvermogen in de omgang met de cliënt aankaarten. De jobcoach geeft advies over de omgang met de cliënt en gaat hierbij integer om met vertrouwelijk gegevens van de cliënt. De jobcoach draagt bij aan het draagvlak voor de cliënt door eigen punctualiteit en het nakomen van de gemaakte afspraken met de werkgever.

Informatie structureren

De jobcoach en de werkgever maken afspraken over taken en werkzaamheden van de cliënt. Het gaat dan om de werkdagen en -uren, pauzetijden en wie het aanspreekpunt op de werkvloer is. Ook worden de evaluaties, de vakantiedagen en hoe deze op te nemen, afmelding bij ziekte en verantwoordelijkheden van de jobcoach doorgenomen. Deze afspraken worden vastgesteld en beschreven in de stagecontract. Evaluaties worden uitgevoerd met behulp van een gestructureerd evaluatieformulier. Hiermee wordt de evaluatie voor de cliënt overzichtelijk.


Succesfactoren

De werkgever en collega moeten voldoende, maar niet teveel, informatie over de autistische kenmerken van de cliënt krijgen, passend bij wat ze nodig hebben. Teveel informatie schrikt af. De cliënt is kansrijker in zijn verkenningen als hij de tijd en ruimte krijgt om te wennen aan de nieuwe situatie. Het werkt positief als de communicatie tussen de jobcoach en de werkgever open en helder is. Dat betekent onder meer dat de werkgever eerlijk is over de resultaten van de cliënt.


Valkuilen

Overschatting van de mogelijkheden van de cliënt door de werkgever en/of jobcoach wreekt zich na een eerste inwerkperiode. Bedrijven kunnen subsidie of loondispensatie krijgen als iemand niet volledig inzetbaar is. De werkgever kan denken een goedkope kracht te krijgen maar verkijkt zich op de begeleidingsnoodzaak voor de cliënt.